Evaluatie 2018-12-03T14:33:40+00:00

Evaluatie

Om te beoordelen of inrichting- of beheermaatregelen het gewenste resultaat hebben of dat natuur(herstel)projecten aan de gestelde doelen voldoen, zijn monitoring en evaluatie noodzakelijk. Bij monitoring worden bepaalde biotische en abiotische kenmerken in de tijd gevolgd. Veel beheerders beschikken over langjarige meetreeksen van diverse aspecten van een systeem. Ten behoeve van de evaluatie van bijvoorbeeld inrichting of beheer zijn en worden deze meetgegevens door Ger Boedeltje geanalyseerd waarbij de resulaten overzichtelijk worden beschreven in evaluatierapporten.

Voorbeelden van projecten

b & d Natuuradvies en Rijkswaterstaat

  • Analyseren van verzamelde meetgegevens en opstellen evaluatie voor natuurvriendelijke oevers langs het Noordzeekanaal.

Rijkswaterstaat

  • Analyseren van verzamelde meetgegevens en opstellen beheerplan voor natuurvriendelijke oevers langs het Twentekanaal.

Aquasense/Grontmij, b&d Natuuradvies en Rijkswaterstaat

  • Analyseren van vegetatieopnamen van natuurvriendelijke oevers over een periode van 25 jaar voor het Wilhelminakanaaal, de Zuid-Willemsvaart en het Twentekanaal (zie artikel van Boedeltje et al. 2009 in De Levende Natuur).

Waterschap Rijn en IJssel

  • Aan de hand van een analyse van de macrofaunagegevens van Waterschap Rijn en IJssel van 1987 t/m 2009 is samen met Rebi Nijboer onderzocht of er verbeteringen zijn opgetreden in waterkwaliteit of hydrologie en inrichting. Hiervoor zijn drie verschillende analyses uitgevoerd: een trendanalyse voor grenswateren, een trendanalyse voor overige wateren uit het gebied en een ruimtelijke analyse. De laatste analyse was een multivariate analyse.
    De resultaten zijn verder te vinden in een artikel in De Levende Natuur (zie lijst van publicaties).

Waterschap Vallei en Veluwe

  • Ecologische kwaliteit waterlichamen van Waterschap Veluwe (2005-2010). Toetsing en beoordeling volgens de Kaderrichtlijn Water: een evaluatiestudie (2011).

Waterschap Vallei en Veluwe

  • Analyseren van waterkwaliteitsgegevens en gegevens over flora (fig. 1), vegetatie, macrofauna en libellen, die gedurende een periode van 9 jaar waren verzameld in 50 Veluwse vennen. Samen met Peter van Beers heb ik over de resultaten het rapport “Veluwse vennen in beeld: resultaten van 9 jaar monitoring van ecologie en waterkwaliteit” geschreven.


Figuur 1. Kleine veenbes is één van de soorten die langs Veluwse vennen voorkomt.

Waterschap Rijn en IJssel en Waterschap Vallei en Veluwe

  • Analyseren van vegetatie- en waterkwaliteitsgegevens om de sturende factoren voor waterplanten te ontdekken.Enkele resultaten uit dit onderzoek zijn:
    • stuurvariabelen voor de samenstelling van de watervegetatie zijn fosfaat, ammonium, nitraat, alkaliniteit, zuurgraad en afvoerloosheid;
    • de ecologische kwaliteit op basis van waterplanten (uitgedrukt in de Ecologische Kwaliteits Ratio, EKR) van beken wordt negatief beïnvloed door afvoerloosheid. In beken die een permanente stroming kennen is de EKR hoger dan in wateren waar het water stagneert en/of waarin periodieke droogval optreedt;
    • de negatieve invloed van afvoerloosheid in beken hangt in het bijzonder samen met de ontwikkeling van draadwierlagen en drijflagen van algen en van kroos;
    • een hoge bedekking van Klein en Veelwortelig kroos hangt vooral samen met hoge concentraties fosfaat;
    • net als in beken wordt de ecologische kwaliteit wat betreft waterplanten van kleine kanalen positief beïnvloed door het regelmatig optreden van stroming. Afvoerloosheid in combinatie met een veelal dikke sliblaag leidt tot hoge fosfaat- en ammoniumconcentraties in het water;
    • de meest kritische waterplanten (m.n. Rode Lijstsoorten) zoals Drijvende waterweegbree komen voor een lage alkaliniteit en lage concentraties ammonium, nitraat en fosfaat; Schedefonteinkruid, Grof hoornblad en Gekroesd fonteinkruid daarentegen bij zeer hoge concentraties ammonium, nitraat en fosfaat en bij een hoge alkaliniteit;
    • de ecologische kwaliteit van waterflora kan in verschillende watergangen verbeterd worden door het bevorderen van stroming en het verminderen van afvoerloosheid en droogval;

    Een samenvatting van het rapport “Waterplanten in relatie tot waterkwaliteit in de Achterhoek, Gelderse Vallei en op de Veluwe” is in 2015 verschenen in H2O (zie lijst van publicaties).

Waterschap Vallei en Veluwe

  • Evalueren van beekherstelprojecten, waarbij in 2014 delen van de Eekterbeek, de Egelbeek en de Lunterse Beek centraal stonden. De mooiste en meest waardevolle beek bleek de Egelbeek (fig. 3) te zijn. Getoetst aan de maatlat van de Kaderrichtlijn Water (KRW) voor kleine beken op zand, bleek deze beek, op een kort traject na, goed te scoren. Een in de Egelbeek veel voorkomende waterplant is Rossig fonteinkruid (fig. 4), een Rode Lijstsoort, die de toestroom van ijzerrijk, gebufferd grondwater indiceert.


Figuur 3. Bebost deel van de Egelbeek bij Vaassen.

Figuur 4. Drijf- en onderwaterbladen van rossig fonteinkruid met tevens enkele bloeiaren. Tevens zijn hierop de lintvormige bladen van Kleine egelskop te zien.

Waterschap Vallei en Veluwe

Evalueren van beekherstelprojecten, waarbij in 2015 delen van de Eerbeekse Beek, Fliert, Lunterse Beek, Oosterhuizerspreng en Rode Spreng centraal stonden.

Waterschap Vechtstromen

Evaluatie van en toekomstperspectief voor de vegetatie in natuurvriendelijke oevers langs de Enter- en Elsgraven (2016).

Deze evaluatie liet onder meer zien dat de aanleg van natuurvriendelijke oevers een positief effect heeft op de bedekking van moerasplanten (emerse planten) zoals Pijlkruid en Slanke waterkers (figuur 5 en 6).

Figuur 5. Bedekking van moerasplanten (emerse laag) en het aantal soorten moerasplanten in de Elsgraven en Entergraven zonder en met natuurvriendelijke oever (nvo). NS = het verschil is niet significant; ** = het verschil is significant.

 

Figuur 6. Overzicht van de Elsgraven bij Enter met rechts de natuurvriendelijke oever. Er is een duidelijk verschil met de steile oever links in bedekking van de vegetatie.

Waterschap Vallei en Veluwe

Monitoring en evaluatie van blauwe diensten

Het Waterschap Vallei en Veluwe neemt sinds 2013 deel aan het pilotproject ‘blauwe diensten’ van de provincie Gelderland. Blauwe diensten zijn activiteiten die vrijwillig worden ondernomen door particuliere grondeigenaren en grondgebruikers en die ten goede komen aan het waterbeheer en de wateropgaven van het waterschap. De grondgebruikers worden hiervoor vergoed. Binnen het waterschap zijn blauwe diensten ingezet ten behoeve van waterberging, verfraaiing van het landschap en verbetering van de fysisch-chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater. Het gaat om acht projecten. In 2017 zijn ze geëvalueerd aan de hand van flora en vegetatie. Hierna volgt een impressie van twee projecten.

Natuurvriendelijke oever langs de Nieuwe Wetering

Langs de Nieuwe Wetering in Wapenveld was in 2013 een steile oever aanwezig (figuur 7), waardoor er weinig moerasplanten aanwezig waren en de beoordeling volgens de KRW-methode ‘ontoereikend’ was. Door de herinrichting is een ondiepe plas ontstaan, die in verbinding staat met de wetering. De overgang van water naar land is geleidelijk gemaakt, waardoor er goede mogelijkheden ontstonden voor de vestiging van moerasplanten en aan ondiep water gebonden waterplanten. De evaluatie wijst uit dat zich tientallen planten hebben gevestigd. De beoordeling is nu ‘goed’!


Figuur 7. Overzicht van de Nieuwe Wetering voor aanleg van de natuurvriendelijke oever (2013, boven) en na aanleg ervan in 2015 (midden) en 2017 (onder). Na aanleg hebben zich moerasplanten gevestigd, die bij de steile oever geen kans hadden.

Bufferstroken

Bufferstroken zijn randen van (grasland)percelen waar geen gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en geen bemesting plaatsvindt. In het werkgebied van Vallei en Veluwe wordt door slechts drie boeren meegedaan aan dit project: langs de Nijmolense Beek (230 m), de Rode Beek (155 m) en de Oude Apeldoorns Halve wetering (130 m). De deelnemers ontvangen van ons jaarlijks een financiële vergoeding.

Dat het instellen van bufferstroken een positief effect heeft op de waterkwaliteit van aangrenzende watergangen is eerder vastgesteld. In Noord Brabant bijvoorbeeld trad langs percelen met bufferstroken een aanzienlijke vermindering op van (piek)belastingen van het oppervlaktewater met bestrijdingsmiddelen. Langs natuurlijke beken in Winterswijk spoelde van percelen met onbemeste bufferstroken van 5 meter breedte (iets) minder stikstof en fosfaat uit dan van percelen zonder deze stroken.

Door de geringe deelname monitoren we in dit project niet de waterkwaliteit, maar richten we ons op de vegetatiesamenstelling. Het positieve effect van jarenlang alleen maaien en afvoeren op de soortendiversiteit en de rijkdom aan bloemen valt direct op als we het perceel langs de Nijmolense Beek vergelijken met de overige onderzochte perceelranden (fig. 8).


Figuur 8. Na vele jaren van beweiden zonder bemesting en maaien en afvoeren is het perceel langs de Nijmolense Beek soortenrijk en rijk aan bloemen (foto boven). In het perceel bij kasteel Cannenburgh in Vaassen laat de bufferstrook na 4 jaar nog geen ander beeld zien dan de bemeste delen van het weiland (foto onder). Engels raaigras is hier nog steeds de overheersende soort.

De rand van het perceel langs de Oude Apeldoorns Halve wetering werd in 2017 ondanks het contract toch  bemest. Daardoor werd de in 2015 geconstateerde verschraling teniet gedaan (figuur 9).


Figuur 9. De bufferzone langs de Oude Halve Apeldoornse wetering in juni 2015 (boven) en 2017 (onder). Na 2 jaar van niet bemesten was in 2015 een vegetatie van Gestreepte witbol ontstaan. Doordat de strook in 2017 toch weer werd bemest trad Engels raaigras weer naar voren.

Waterschap Vallei en Veluwe

Evalueren van beekherstelprojecten, waarbij in 2018 delen van de Eerbeekse Beek, Lunterse Beek, Oosterhuizerspreng en Egelbeek centraal stonden.